Raad van Toezicht

De raad van toezicht functioneert als zelfstandig orgaan met een eigen verantwoordelijkheid. De raad van toezicht is zodanig samengesteld dat de leden ten opzichte van elkaar, het bestuur en welk deelbelang dan ook onafhankelijk en kritisch kunnen opereren. De raad van toezicht houdt toezicht op het beleid van het bestuur en de algemene gang van zaken in de stichting.

De raad houdt toezicht op tenminste:

  1. de realisatie van de statutaire doelstellingen van de stichting;
  2. de strategie en de risico’s verbonden aan de activiteiten van de stichting;
  3. de opzet en werking van de interne risicobeheersings- en controlesystemen;
  4. de financiële verslaglegging;
  5. de naleving van wet- en regelgeving.

De raad van toezicht bespreekt tenminste éénmaal per jaar met het bestuur:

  1. De strategie en de voornaamste risico’s verbonden aan de stichting en haar activiteiten;
  2. De uitkomsten van de beoordeling door het bestuur van de opzet en werking van de interne   risicobeheersings- en controlesystemen en eventuele significante wijzigingen daarin;
  3. Zijn eigen functioneren, het functioneren van het bestuur en de relatie tussen de raad van   toezicht en het bestuur.

De raad van toezicht gebruikt naast de informatie vanuit het bestuur (belangrijkste informant) ook informatie die elders uit de organisatie of van buiten de organisatie komt door:

  1. Voert jaarlijks een gesprek met delegatie van de OPR;
  2. Voert jaarlijks gesprek met delegatie van de managementlaag onder het bestuur;
  3. Brengt jaarlijks een of enkele bezoeken aan de scholen met een gerichte vraag- en doelstelling.

Samenstelling van de raad van toezicht:

De raad van toezicht bestaat uit drie leden:

  1. de voorzitter
  2. lid benoemd namens de OPR
  3. lid